
“De hemel is mijn vader en de aarde is mijn moeder.
En zelfs zo’n klein schepsel als ik vindt een intieme plek tussen hen.”
Met deze zin begon een tekst van Zhang Zai (1020-1077) waarin hij zijn visie formuleerde.
Zhang was een volgeling van de leer van Confucius, die als eerste de gulden regel centraal stelde: behandel anderen niet zoals je zelf niet behandeld wilt worden.
Of positief gesteld: behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden.
Zhangs tekst wordt wel de “Westerse Inscriptie” genoemd, want het was gegrift in de westelijke muur van zijn studeerkamer.
Het gaat als volgt verder: “Daarom zie ik wat het universum vult als mijn lichaam en zie ik wat het universum stuurt als mijn natuur. Alle mensen zijn mijn broeders en zusters en alle dingen zijn mijn gezellen.”
Centraal in het confucianisme staat het begrip “ren”: de regel of de ordening waarnaar je moet leven. De gulden regel vormt daarvan de kern.
Zhang maakte duidelijk dat het begrip van de “eenheid der dingen” essentieel is voor de beoefening van “ren”. “De man van “ren” beschouwt hemel en aarde als één met zichzelf; voor hem is er niets dat niet hijzelf is.”
Daarom zal hij voor de mensen om zich heen even goed zorgen als voor zichzelf, ja zelfs voor de planten en dieren zal hij goed zorgen.
De gulden regel komen we ook tegen in het evangelie van Jezus Christus. Jezus doet er zelfs een schepje bovenop door te zeggen: “Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.” Hoe zou je je aan die geboden kunnen houden als je niet iets van verbondenheid voelt met de ander? Zolang je de ander blijft zien als “vijand”, kan je hem toch niet echt liefhebben?
Het neoconfucianisme van Zhang en anderen geeft een mogelijke oplossing: er is een diepere eenheid tussen jouzelf en de anderen. Je bent zelfs één met de natuur.

Zhang merkte eens op dat wanneer hij de schreeuw van een ezel hoorde, hij hetzelfde leed voelde als het dier. Zo zouden we ook het leed van anderen moeten zien als ons eigen leed.
Ik zie een overeenkomst met het Bijbelse gebod om de ander lief te hebben als jezelf.
Karen Armstrong schrijft in haar boek De Heilige Natuur over de grote eerbied die confucianisten voor de natuur tonen. Daar kunnen wij in het Westen nog wat van leren. “In het Westen verheerlijken we een oneerbiedige houding, die we opvatten als een moedige uitdaging van de gevestigde orde en een teken van individualiteit, maar het kan ook gaan om puur egoïsme. We moeten leren hoe we de natuur kunnen respecteren in een positieve, levensbevestigende zin, die voor ons de weg vrijmaakt om ons milieu te koesteren in plaats van te exploiteren.”
Het daagt mij uit om zelf ook eerbiedig om te gaan met alles wat leeft.
Mooie samenvatting van ons Kringgesprek van vorige week.