De fakkel in de kleuren van onze vlag, met de woorden vier en vijf mei, vier vrede, zijn gemeengoed geworden.

De teller mag dit jaar al op 77 staan: zo lang mogen we in ons land al in vrede leven.

Er zijn steeds minder mensen die de oorlogsjaren ’40 – ’45 bewust hebben doorgemaakt, maar de herinneringen zijn en worden doorverteld, zodat de volgende generatie er steeds weer bij kan stil staan. En wat nog belangrijker is: er van kan leren.
“Nooit meer!” is de verzuchting.

Maar toch woeden er steeds weer oorlogen, ver bij ons vandaan, buiten Europa. Maar nu, sinds 3 maanden, ook binnen Europa in Oekraïne. De beelden roepen bij veel ouderen weer de beelden op van toen, ze voelen weer de angst van de bombardementen. Er zijn genoeg mensen die het hun hele leven niet kwijtraken. Er een trauma aan overgehouden hebben.

Vrede… kan er in deze wereld wel sprake zijn van vrede? Het gaat niet alleen om vrede in eigen land. Vrede is meer dan afwezigheid van oorlog. Hoezeer kun je als mens vervuld zijn van onvrede: kleine dingen kunnen grote proporties aannemen waardoor er verwijdering kan ontstaan. En waar dan heel veel voor nodig is om tot toenadering en vergeving te komen. Vergeving, vragen of krijgen, komt soms te laat. En dat kan ook weer strijd en verdriet geven.

Wat een geluk als we dan weet mogen hebben van God bij Wie we nooit te laat aan kloppen, Wiens deur altijd open staat. Hij heeft door Zijn Zoon te schenken de eerste stap gezet. Hij vraagt ons te volgen in Zijn voetspoor.
Die God is een God van wonderen, nog steeds.
Daar getuigt ook het volgende verhaal van.

Het briefje in de Klaagmuur 

Hoe het mogelijk is begrijpt niemand, maar een joodse jongen overleefde in de oorlog
3 concentratiekampen. Hij verloor beide ouders, veel familie en kennissen, maar niet zijn geloof. Volkomen ondervoed, broodmager en totaal ontredderd, vond hij uiteindelijk mensen die zich over hem ontfermden. Nadien emigreerde hij naar Amerika. Hij studeerde, trouwde en kreeg een zoon, Joey genaamd.

Natuurlijk voedde hij zijn zoon op in het joodse geloof. Ook vertelde hij hem wat er allemaal voor verschrikkelijks was gebeurd met zijn grootouders.  Toen Joey ouder was gingen vrienden van hem op zoek naar een godservaring in India. Dat was in de hippietijd.

Ook Joey wilde zijn geluk in India gaan beproeven. Op een dag vertelde hij dat aan zijn ouders. Zijn vader schrok vreselijk. “Zoon, wat ga je nu toch doen? Jij hoeft niet op zoek te gaan naar een god, wij zijn joods.”

Joey hield voet bij stuk en toen hij de deur uit liep riep zijn vader hem na: “Als jij het geloof waarvoor onze familie zo heeft geleden, de rug toekeert, hoef je hier niet meer terug te komen.”
Zo ontstond de vreselijke breuk tussen vader en zoon.

Het was een paar jaar later. Joey woonde en werkte in India, maar de ware God had hij nog steeds niet gevonden. Op een dag ontmoette hij heel toevallig een oude kennis uit Amerika.

Ze kwamen aan de praat en de man zei: “Wat erg van je vader he?”
“Wat er is er dan met hem”, vroeg Joey, “ik heb hem al jaren niet meer gesproken, we hebben geen contact meer met elkaar.”

De kennis vertelde dat zijn vader gestorven was aan een hartaanval.
Wat een schok voor Joey. Hij begreep heel goed dat door zijn handelen zijn vader gestorven was door verdriet. Hij kreeg erge spijt.
Dagenlang liep hij verdwaasd rond, alle herinneringen van vroeger kwamen boven.
Wat had hij een goede vader en moeder gehad! Dat hij dat niet meer en eerder gewaardeerd had! Eindelijk nam hij het besluit om naar Israël, het land van zijn voorouders, te gaan. Daar, bij de Klaagmuur, zou hij gaan treuren en vergeving vragen aan God.

Zo gezegd, zo gedaan. Toen stond hij daar op de heilige plaats, de Klaagmuur, waar honderden mensen komen bidden en klagen. Joey herinnerde zich nog de gebeden van vroeger en herhaalde de dierbare woorden. Van een verkoper kocht hij een joods gebedenboek en papier en pen. Hij zou zijn innigste wens op schrijven en die dan in een spleet in de muur te stoppen.

“Het zal moeilijk zijn om nog een plekje te vinden meneer” zei de verkoper. “Als u niets vindt kunt u uw gebed ook gewoon op de grond voor de muur leggen.”

Maar Joey wilde het zich niet gemakkelijk maken. Hij zocht een paar uur lang tot hij meende nog een leeg spleetje gevonden te hebben. Hij frommelde zijn papier erin, maar er viel een ander papier uit dat op de grond dwarrelde. Joey raapte het op om het terug te stoppen.
Hij kon de verleiding niet weerstaan om het te openen en te lezen wat er op geschreven stond. Tot zijn grote verbazing las hij de volgende woorden:

Lieve Joey,

Als je ooit nog dit briefje mocht vinden, omdat je op zoek bent naar de God van je voorouders, weet dan dat ik je volkomen heb vergeven.
Afzender: je vader.

Vanaf dat moment wist Joey dat de God van zijn voorvaderen, Abraham, Izak en Jacob, ook zijn God was.

Bieneke de Waal

2 Reacties

  1. Jan

    Mooi het vergeven wat de vader heeft gedaan. Het zal hem ondanks het verdriet vast en zeker vrede hebben gegeven. Mooie boodschap!

  2. Lieke

    Wat een bijzonder verhaal. Je ziet er gebeuren nog steeds wonderlijke dingen in deze wereld, in deze tijd. Nu maar hopen dat wij die ‘zien’ .

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.