Vorige week heb ik al het vierde van de zeven werken van barmhartigheid met julllie gedeeld.
Deze week wil ik teruggaan naar het tweede werk van barmhartigheid: ‘De dorstigen te drinken geven’.

Opnieuw zou je jezelf de vraag kunnen en wellicht moeten stellen “Welke dorst moeten we lessen?”
Ik denk dat we het antwoord op die vraag terug vinden in o.a. Genesis 24, vers 13 en 14.

Op de site van Holy home las ik een tekst waarin mijn vraag en mijn beleving erg mooi worden verwoord. Iedereen zoekt in zijn of haar leven naar geluk, die zoektocht is niemand vreemd.
Want willen we niet allemaal gelukkig zijn?
Dat geluk laaft onze dorst en zorgt ervoor dat we niet te kort komen. Toch? Of is er nog meer?


In de warmte van de dag zoeken mens en dier naar water om hun dorst te lessen. Een onverzadigbaar verlangen dat vraagt om vervuld te worden. Telkens weer opnieuw op zoek naar een bron, naar de vervulling, naar het geluk, naar het laven van de dorst.

 

In Genesis 24 lezen we het verhaal van Abraham die zoekt naar het geluk voor zijn zoon en hulp vraagt aan de Heer.
Zijn vraag wordt beantwoord. Zijn ‘dorst’ wordt gelest.

Wie zo zoekt, komt automatisch terecht bij de Bron van het ware leven. Bij Hem die met Zijn hele zijn onze dorst kan lessen.

Dat is een totaal andere manier van ‘je dorst lessen’, een manier die je Zijn pure liefde laat voelen. Zijn liefde die je helpt vooruit te komen in donkere dagen. Waarmee de ‘dorst’ naar liefde en hulp wordt gelest.

Een gewetensvraag die bij me opkomt, is of we het beschikbare ‘gewone water’ wel eerlijk delen met mensen die het niet hebben.
Zorgen we wel goed voor elkaar als we rivieren vervuilen waardoor de ander – letterlijk – het water wel kan zien, maar zijn/ haar dorst niet kan lessen. Is dit niet een taak die we hebben: zorgen dat het water dat we ter beschikking hebben altijd puur en zuiver blijft?

Met deze vraag kom ik bij wat Paus Franciscus, naar aanleiding van de encycliek Laudato Si, het
achtste werk van barmhartigheid heeft genoemd, namelijk ‘het barmhartig zijn voor ons gemeenschappelijk huis’.
Deze toevoeging van hem, een oecumenisch en ecologisch achtste werk van barmhartigheid, sluit de andere werken van barmhartigheid niet uit, maar sluit die juist in, denk ik.

En daarmee komt het antwoord op mijn eerdere vraag “Mogen we de zeven werken niet los zien van elkaar, zijn zij allen verbonden tot één?” ook weer in beeld.

Cor Koevoets

2 Reacties

  1. Lieke

    Dank je wel, Cor. Heel mooi verwoord.

  2. Jan van Blanken

    Mooi dat je het woord geluk gebruikt. Het brengt mij dat ik daarover na ga denken. Streef ik naar geluk? Voor mijzelf merk ik dat het gevoel van verbondenheid met God geluk geeft. Iets wat soms moeilijk onder woorden te brengen is. Heerlijk om er ook in de veertigdagentijd en in deze tijd, waar we op het journaal de schrijnende beelden van vluchtelingen zien voorbijkomen, onze gedachten over kunnen laten gaan.

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *