Mijn man is predikant. Ikzelf ben dat niet. We zijn dus geen dubbele predikantengezin.
Pas in 1997 promoveerde ik in de praktische theologie in de Groningse universiteit.
Inmiddels was ik wel adviseur van de synode voor het jeugdwerk in de kerk en doordat ik daar behoorlijk wat predikanten leerde kennen werd ik door hen zo nu en dan gevraagd om voor te gaan in een kerkdienst.
Gaandeweg werd dat wat meer omdat dat kon toen de kinderen langzamerhand uit huis gingen.
Deze inleiding hoort bij iets wat me een aantal malen is overkomen.

Ik was in een gemeente voorgegaan en na afloop werd er koffie gedronken.
Er komen dan juist vaak mensen op je af om wat te vragen of te bespreken.

En zo kwam er een mevrouw op me af die vertelde dat een deel van de preek haar erg getroffen had.
Ze vertelde erbij waarom en in haar situatie had ze die preek van die morgen ervaren als hulp van God.
Daarop vroeg ze me waar ik predikant was.
En ik vertelde haar dat ik geen predikant was, maar wel theoloog.
Ze was buitengewoon teleurgesteld. Bijna boos.
“Wat vervelend nu want dan geldt het niet” zei ze.
Ik kon haar niet meer geruststellen, ze wilde niet meer luisteren.

Het zou niet de eerste en niet de laatste keer zijn dat zoiets gezegd werd. En dat is pas echt teleurstellend.

Dat mensen meestal door de manier waarop ze in de kerk opgevoed zijn denken dat een predikant een speciaal doorgeefluik voor Gods hulp is.
Juist dat is in de reformatie ernstig bestreden.
Er zijn geen ambtsdragers als middelaar tussen God en mensen nodig.
Je hebt geen mensen met een speciale bevoegdheid nodig om Gods liefde te voelen en zijn hulp te ervaren.
Predikanten hebben bij hun bevestiging in het ambt net als andere ambtsdragers een speciale bevoegdheid gekregen voor hun taak tussen mensen.
Maar ze zijn niet nodig als tussenpersoon tussen God en gelovigen.

Jezus is de enige middelaar die we nodig hebben als mens.
Hij heeft ons God doen kennen, en dat is voor iedereen genoeg.
Ambtsdragers, ook predikanten zijn in dat licht niets meer dan gewoon mensen met een velletje over hun neus.

Dorothea Timmers- Huigens

1 Reactie

  1. Jan van Blanken

    Wat een mooi verhaal waar we ook weer van kunnen leren. Herkenbaar ook. De laatste alinea doet me ook denken aan tweerichtingsverkeer. Wij kiezen om met Jezus te wandelen. En God kiest voor ons en houdt onnoemelijk veel van ons. Dank voor deze blog om te overdenken.

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *