De kaars die brandt
en de wind hij waait
het licht flakkert zachtjes
alsof het je teder streelt,
alsof het je teder aait.

Buiten waait de wind langs deur en ramen
Een bord piept met hoge toon
niets houdt het tegen
Alsof het waarschuwt
Waarschuwt voor de aanstormende regen

De nachten lengen,
De dagen worden kort
De duisternis is alom
Ik vrees haar niet,
zie niet in waarom.

Want het feest van het licht van de Verlosser begint alweer te dagen
vertoont zich aan de horizon
Haar stralen lopen ver vooruit
straks lengen ook alweer de dagen
Want dan komt Hij, hij aan wie we alles mogen vragen.

1 Reactie

  1. Lieke

    Mooi gezegd, Cor. Echt iets voor de komende Adventstijd.

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *