In één van de eerste liturgie commissies waar we mee te maken hadden zat een belangrijk man.
Hij was een trouw kerklid en iemand die jarenlang een grote kerkelijke financiële bijdrage leverde.
Hij was vertegenwoordiger van de trouwe oude garde.
Een vriendelijk mens met een groot landbouw bedrijf.
En hij was altijd overal tegen.
Tegen elk voorstel, tegen elk nieuw lied. Tegen elke inbreng, wat dan ook.
Hij wilde gewoon de oude bekende liturgie.
De bekende en dierbare liederen en niet van dat moderne.

Voor elke kerkenraad is het belangrijk zulke mensen tevreden te houden.
Want het is ongetwijfeld waar dat de financiële situatie van de gemeente daar direct mee samenhangt.
Daar kun je niet omheen, want het is een waarheid die niet te negeren is.
Maar het kan ook een heleboel élan tegenhouden en mensen kunnen door die houding de moed verliezen.

Want waarom moet een dienst eigenlijk bestaan uit liedje praatje, liedje praatje, liedje praatje?
Staat dat ergens in de Bijbel? Nee.
Is het een opdracht van Jezus of Paulus, ook al niet.

De liturgie heeft oude papieren in de kerk en is geënt op de liturgie van de synagoge. Maar de vormgeving en uitvoering is tijdgebonden.

Er was een tijd dat een preek vier uur duurde omdat mensen toen nog met gemak vier uur konden luisteren.
Nu is tien minuten het maximum dat een boodschap aandachtig gehoord en gevolgd kan worden.
Mensen in onze tijd zijn visueel ingesteld.
Er was een tijd dat een orgel als een duivels instrument werd gezien, nu is het een symbool van geloof geworden.
Kortom tijden veranderen, zelfs als de betekenis van de onderdelen van de liturgie niet veranderen.

Dus vroeg ik aan de landbouwbaas: “Waarom zit u eigenlijk in de liturgiecommissie?”.
En zijn antwoord was ongeveer dit: “Ik heb veel te doen, ik sta elke morgen heel vroeg op, en als ik op zondag in de kerk kom heb ik er al een dagtaak opzitten. Dan wil ik rustig zitten, en zelfs wat weg kunnen dommelen. En als ik dan wakker wordt en ik hoor het heerlijke woord Maranatha, dan denk ik: het zit nog goed, die dominee gebruikt de goede woorden.

Ik wil niet gestoord worden in de zondagsrust begrijpt u wel”.

Dorothea Timmers-Huigens

1 Reactie

  1. Margriet Siegel

    Deze landbouwer kan ook Smiddags zijn zondags rust pakken. De kerk moet naar mijn inziens ook met de tijd mee gaan en vernieuwen. De jonge mensen staan hard werkend in de wereld. Zij verlangen ook naar dat vaste punt van de week. Waar rust is. Het luisteren naar de preek. Waar de zin van ons leven wordt verteld. Mooi om om de preek heen vaste rituelen van zingen en bidden aan te houden. Maar wel fijn als de preek vernieuwend klinkt en ruimte voor de jeugd. Zij kunnen veel leren van de ouderen maar ook anders om.
    Voor de landbouwer is het ook belangrijk dat hij er een vertrouwde plek voelt. Maar dat is niet met geld te koop. Samen willen wij een fijne kerk.
    En dat is niet te koop.

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *