Kinderen geloven, onvoorwaardelijk en intens. Maar daar wordt niet altijd recht aan gedaan.
In de theorie van de geloofsopvoeding zijn er zelfs geleerden geweest die beweren dat kinderen pas nadat ze goed kunnen spreken ook iets van geloof kunnen bevatten.

Er zijn stadia in geloven vastgesteld die lange tijd belangrijke criteria geweest zijn.
Deze stadia van geloof gingen direct op met de morele regels van de westerse wereld.
En de hoogste regionen, de laatste twee stadia waren eigenlijk voor gewone stervelingen niet te bereiken.
De waren voorbehouden aan de profeten en tenslotte aan Jezus.

Kinderen moesten geloof leren.
Ze moesten in geloof worden opgevoed. Vooral in de protestantse kerken ging die periode steeds langer duren.
De kinderen volop mee laten doen na de eerste communie op 6-jarige leeftijd leek hen veel te vroeg.

Luther vond het betrekken van kinderen heel belangrijk en de ‘Konfirmation’ werd gekoppeld aan de tienerleeftijd, rond de 14 /15 jaar. 
Bij de Calvinistische protestanten werd die Belijdenis steeds uitgesteld. Tot de volwassen leeftijd. Dan pas was je ontwikkeld genoeg om een soort gediplomeerd Christen te zijn.

Gelukkig is er steeds meer oog gekomen voor het feit dat de mogelijkheid om te geloven bij de schepping van de mens is meegegeven.
De mens is een religieus wezen. Zelfs nadrukkelijk ongelovigen geloven in hun ongeloof.

Kinderlijk geloof is op allerlei manieren te koesteren en te herkennen.

Als driejarig ventje deed één van onze kinderen ‘s avonds en vaak ’s morgens heel vroeg zijn raam wagenwijd open.

Toen we vroegen waarom zei hij dat hij dan de vogels goed konden horen. “Ze zingen voor God’ zei hij dat kun je zo horen”.
Is dat een uitzondering?
Nee hoor als je maar leert luisteren en hun uitlatingen serieus neemt en er nooit dus echt nooit om lacht.

Dorothea Timmers-Huigens

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *