Ik zal een jaar of 15 zijn geweest.
Toen hoorde ik voor het eerst de naam van Raoul Wallenberg.
In juni 1944 vertrok hij uit het veilige Zweden naar het bezette Hongarije.
Hij heeft daar tienduizenden joden gered.
In januari 1945 werd hij door de Russen gevangengenomen.
Daarna is hij nooit meer weer gezien.

Ik ben toen lid geworden van een organisatie die zich voor zijn vrijlating inzette.
In 1987 werkte ik mee aan een demonstratie voor de ambassade van de USSR.
Wallenberg zou in dat jaar 75 worden.
Als hij nog in leven zou zijn.

Het was in deze tijd dat ik ook voor het eerst het gedicht van Jana Beranová las.
Als niemand / luistert / naar niemand / vallen er doden / in plaats van / woorden

Enig radicalisme is mij niet vreemd.
Ik kan, geloof ik, ook niet anders.
In mijn ogen was – is – Jezus een radicalist.
Franciscus van Assisi, mijn heilige held, was dat ook.

“Radicaal zijn is een eigenschap van iemand die bepaalde dingen grondig wil veranderen.
Zo was het algemeen stemrecht ooit een radicaal idee, net zoals de afschaffing van slavernij.
Radicale ideeën hebben onze maatschappij veranderd.”

Radicale mensen zijn soms niet even gemakkelijk in de omgang.
Zolang radicalen open blijven staan voor dialoog en nuance is dat geen probleem.

Maar als iemand niet meer luistert.
Als iemand alleen maar op ‘zenden’ staat en nooit op ‘ontvangen’.
En als iemand denkt de waarheid in pacht te hebben en niet meer voor rede vatbaar is.
Dan wordt het eng.

Met bezorgdheid neem ik kennis van het toenemende aantal mensen die in complottheorieën geloven.
Complotdenken heeft oude en diepe wortels.
Ze hebben bijgedragen aan vervolgingen van joden, christenen, moslims en aan geweld tegen minderheden.

Daarom is het zaak, zo denk ik toch, om naar de ander te luisteren.
Eerst luisteren. Lang luisteren. En dan pas praten.

Hopelijk kunnen we zo voorkomen dat er nog meer doden vallen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.