Op de zesde zondag van de veertigdagentijd staat centraal:
“de doden begraven”.
We dragen als mensen zorg voor elkaar tot aan het einde. Ieder leven is van waarde.
We noemen de gestorvene bij naam, uit respect voor het geleefde leven.
In de glazen staan paarse tulpen. De bloembladen staan open naar de hemel, als teken van gebed.
De kleur paars staat voor reflectie, ingetogenheid en rouw.
Het hart van de schikking wordt gevormd door het groen van de rozemarijn.
Het bitterzoete kruid, als herinnering aan het leven.
De boomstammetjes geven, net als de weken hiervoor, steeds de kracht van het houvast weer, omdat te doen wat van ons gevraagd wordt.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *