Op de derde zondag van de veertigdagentijd staat:
“Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op” centraal als één van de zeven werken van barmhartigheid.
In het hart van de schikking liggen een paar vogelnestjes, symbool voor veiligheid en een warm welkom.
In de glazen staan de bladeren van de schoenlappersplant fier als schuilplaats voor eventuele wind en regen.
Aan de grote glazen hangen kleine glaasjes , voorzien van een “teder” viooltje. Dat kleine bloempje mag schuilen in geborgenheid.
Een pad van steentjes slingert door de schikking als teken dat de vreemdeling ook de hardheid van het leven tegen kan komen en in de kou komt te staan.
De boomstammetjes geven de kracht van het houvast weer, omdat te doen wat van ons gevraagd wordt.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *