Eerlijk gezegd weet ik niet meer zo goed of ik dit al niet eens eerder heb gezegd.
Dat zou heel goed kunnen want ik vind dit erg belangrijk.
En een mens is geneigd te herhalen wat belangrijk is.

Dus…..

Met enige regelmaat hoor je het wel. “De kerk” zus. Of “de kerk” zo.
Vaak heeft “de kerk” dan iets gedaan.
Meestal iets verkeerds. Of “de kerk” heeft juist iets niet gedaan.
Mensen hebben dan bijvoorbeeld niets van “de kerk” gehoord.

Altijd wanneer ik mensen over “de kerk” hoor spreken, vraag ik mij af over wie ze het eigenlijk hebben.
Tenzij met “de kerk” het kerkgebouw wordt bedoeld, maar in alle andere gevallen wordt met “de kerk” verwezen naar mensen.

Nu wordt wel gedacht dat die kerkmensen hele bijzondere mensen zijn.
Een heel speciaal soort: dominees!
Dus als dan gezegd wordt “de kerk zus of zo” dan bedoelt men eigenlijk te zeggen “de dominee zus of zo.”
En het is oké om zoiets over – of beter: tegen – een dominee te zeggen.
Maar wie denkt dat “de kerk” alleen uit dominees bestaat die heeft het mis.
In elk geval wordt daar in reformatorische of protestantse kerken anders over gedacht.

De kerk wordt gevormd door alle mensen die zich aan elkaar verbinden in Jezus’ naam.
“De kerk” bestaat niet betekent ook dat je geen lid kunt worden van “de kerk”.
Een gelovige verbindt zich namelijk niet aan een instituut “kerk” maar verbindt zich aan medegelovigen, een gemeenschap, een gemeente.

Dus, wie zegt “de kerk zus of zo” zegt eigenlijk “hij, zij of jij zus of zo.”
En dat is oké. Want door elkaar als medegelovigen persoonlijk aan te spreken nemen we elkaar ook voluit serieus.

Ik zie “de kerk” graag als een geloofsgemeenschap van mensen die bij elkaar het beste naar boven halen.
Mensen die oog hebben voor elkaars gaven en kwaliteiten.
Die in verschillende teams samenwerken aan verschillende doelen.
Gedreven. Bewogen. Enthousiast. Gelovig. Met vreugde en blijdschap. En met plezier met elkaar.

Elk lid kan iets doen want elk mens beschikt over gaven en talenten.
Niets moet. Iets doen of niets doen mag.
Gewoon er zijn is genoeg.
Sterker: er gewoon zijn voor de ander, daar begint het mee.
Lid zijn van een geloofsgemeenschap bekent eerst en vooral dat je voor de ander aanwezig bent.
Meer kan, minder niet.

“De kerk”? Dat ben jij, dat zijn wij samen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *