De afbeelding “racisme = zonde” is een foto van een poster. Ik heb ernaar moeten zoeken.
Toen ik in Geleen woonde, van 1998 tot 2002, hing die poster voor het raam van de pastorie.
Deze poster doet mij altijd terugdenken aan een voorval.

Maar voordat ik dat vertel, is het niet onbelangrijk te weten dat ik vanaf 1985 mij heb ingezet voor mensenrechten.
In 1988 heb ik op de stoep van de Sovjetambassade een paar dagen gedemonstreerd voor Raoul Wallenberg.
En tijdens mijn studie gaf ik voor Amnesty International les op scholen. Mijn fiets was beplakt met antiracisme stickers.
En in 1998 hing die poster dus voor mijn raam.

In Geleen werd er op een najaarsavond aan de deur gebeld. Het was ongeveer 21.15 uur. In het duister stond een jonge jongen voor de deur.
Ik deed open maar voordat ik iets kon zeggen vroeg hij: “heeft u aan mijn moeder gezeten?”
Amper nadat ik “nee” had gezegd, stak je jongen zijn hand in de binnenzak van zijn jas, trok daaruit iets tevoorschijn en zei: “ik schiet u voor uw kop”.
Meteen daarop hoorde ik op de achtergrond mensen hard lachen. Het waren twee andere jongens, op fietsen.
In een flits zag ik toen pas dat de jongen voor mij een takje op mij had gericht. Hij zette het op het rennen. Ik ook!
Niet vanwege mijn conditie maar puur door de schrik en toenemende boosheid haalde ik hem in en hield hem staande.
Tijd voor een goed gesprek! Ik hoorde mij zeggen of hij wel helemaal goed bij zijn hoofd was.
Voor hetzelfde geld was ik – anders dan hij – wel echt gewapend geweest en had ik uit verdedigen geschoten. “En daarbij”, zo zei ik, “ben je nog zwart ook”.

Achteraf hebben deze laatste woorden mij verbijsterd. Onvergetelijk. Ondanks al mijn activiteiten voor mensenrechten, alle antiracisme stickers en posters ten spijt, zag ik geen jonge jongen maar een zwarte jonge jongen.
Het heeft mij ervan overtuigd om nooit te denken dat ik wel aan de goede kant sta als het om racisme gaat.
Onder druk zien duistere kanten in een mens kansen. Die duistere kanten huizen ook in mij. En als ik er niet alert op ben, dan ruikt en grijpt dat duistere die kansen.

Het is belangrijk dat wij als geloofsgemeenschap waakzaam blijven.
Opdat racisme bij ons geen voet aan de grond zal krijgen, ook niet verhuld of verbloemd. Racisme valt niet goed te praten, christelijk al helemaal niet.
Want racisme is zonde.

André van den Bor

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *