Lezing: 1 Korintiërs 13: 1-7
Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen–had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen–had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn–had ik de liefde niet, het zou mij niet baten. De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.

Gedachte
‘Er komt heel veel goedheid boven in de samenleving’ stond er in een krantenartikel. Goed, tov, zo was de schepping in het begin. Zo is het oorspronkelijk bedoelt: dat de aarde leefbaar en veilig is voor iedereen. Uit chaos die nu is ontstaan, komt goedheid naar boven. Zien we misschien nu een beetje beter waar het al tijden niet goed was. Het is ons vanaf het begin meegegeven: het vermogen om goed te doen. De schepping gaat door waar wij goed doen: het voor elkaar leefbaar maken en veilig.

Gebed
Heilige Geest,
Gij Geest van goedheid: ons geschonken!
Gij verandert ons tot een nieuwe schepping!
Bevrijd ons van toorn en nijd!
Bevrijd ons ervan om in anderen allereerst het slechte te zien!
Heilige Geest, leer ons de ware goedheid!

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *